De klaagmuur in Jeruzalem; de gewijde sfeer is enorm. Je voelt dat mensen bidden maar dat de stenen, de grond, de lucht — dat alles één groot gebed is tot God. Zo was de sfeer in Krakau ook die zondagmorgen, 3 april 2005.
Al since 1948 worden Europeanen opgeleid aan het Europa college in Brugge. Ik bracht er een jaar door van 2004 en 2005 en we gingen op bezoek aan de vestiging in Natolin, Warschau. Inclusief een bezoek aan Krakau.
Zaterdagavond 2 april kregen we de film The Pianist te zien. Na afloop besloot een groep eerder de stad in te gaan. We stapten de metro in. Tot onze verrassing stopte de metro opeens en bleef stilstaan. Een zware stem deelde iets mee in het Pools. De overige reizigers waren opeens heel erg grauw. Enkele mensen huilden. De Poolse paus bleek overleden.
Als we bovengronds kwamen was Polen niet meer hetzelfde. Jonge mensen pratten druk met elkaar. Geen zaterdagavondmuziek. Groepjes mensen dromden buiten samen.
De volgende dag maakten we een lange treinreis naar Krakau. Het plein is mooi, met een oud aandoend gebouw er middenin. De grote kerk aan het plein was vol — mensen volgden er de dienst. We bezochten de Wawel, de rivier, een klein Joods wijkje. En kwamen langs een groot complex met stapels bloemen en kaarsen en nog eens kaarsen. Het bleek het bisschoppelijk paleis te zijn waar Johannes Paulus II heeft gewerkt. En waar alle rouwende Polen iets achterlieten: bloemen, kaarsen, kaarten, gebeden.
Die aprilmaand in 2005 heeft me zoveel laten zien over Johannes Paulus II dat ik met mijn verstand ben gaan begrijpen wat voor een man het was. Pas veel later — katholiek geworden — begrijp ik wat hij voor de Kerk daadwerkelijk heeft betekend. Maar als ik de JP2-kapel zie, moet ik toch ook aan die morgen in Krakau denken.
Joost van Halem